fijnstoflabel
care for fresh air!
huverba

Luchtgroen

Inleiding
Naast het aanpakken van de bronnen van fijnstof kunnen verschillende maatregelen genomen worden om de bewoners van een bepaald gebied te beschermen tegen de schadelijke gevolgen van luchtvervuiling. Groen in alle vormen kan hier ook een rol in spelen. Hieronder wordt toegelicht op welke wijze vegetatie invloed heeft op de luchtvervuiling.
 
Werkingsprincipe 1: filtering
Bladeren en naalden (maar ook bast) van vegetatie hebben de capaciteit om fijnstof te adsorberen. Adsorptie is het hechten van grotere deeltjes zoals fijnstof aan de oppervlakte van een plant. Dit hechten wordt veroorzaakt door een elektrostatische binding tussen een geladen deeltje en een tegengesteld geladen oppervlak. Maar ook andere bindingskrachten op moleculair niveau kunnen voor een binding zorgen. Fijnstof, dat aan bladeren en naalden blijft kleven kan door zeer hevige wind loslaten en weer meegenomen worden in de luchtstromen. Meestal wordt het echter door regen afgespoeld of valt het op de grond met het blad in de herfst. In deze gevallen zal het bodemleven de vervuiling verwerken en is het fijnstof daadwerkelijk uit de lucht.
 
Daarnaast kunnen bladeren en naalden gasvormige elementen zoals stikstofoxiden via de huidmondjes opnemen (absorptie). Na opname worden die omgezet in voor de plant nuttige stoffen.


      

Eigenschappen voor filtering
Voor filtering is het belangrijk dat de vervuilde lucht zoveel mogelijk in aanraking komt met bladeren of naalden. Bij bladeren werkt filtering het beste bij een ruw en/of behaard oppervlak, dat elektrostatisch geladen is. Naaldbomen zijn over het algemeen effectiever in het afvangen van fijnstof door de geringe diameter van de naalden. Uiteraard werken groenblijvende soorten jaarrond in tegenstelling tot bladverliezende soorten waarbij in de winter alleen de bast een actieve werking kan hebben. Ook dakgroen en grasvlaktes hebben deze eigenschap, alleen is het contactoppervlak met de vervuilde lucht minder dan van een boom en zal het effect van de filtering dus geringer zijn.
 
Hoeveel effect heeft filtering?
Filtering van groen helpt om de achtergrondconcentratie in luchtvervuiling te verminderen. Algemeen kan worden gesteld dat 1 gezonde volwassen boom de capaciteit heeft om de uitstoot van 1 auto per jaar te kunnen filteren. Op grotere schaal (regio of land) gaat het om een optelsom van heel veel groene oppervlakte: lanen, tuinen, bossen, daken etc. Al het groen staat in contact met vervuilde lucht en zal dus zijn filterende werking hebben. Dit gebeurt ook op lokale schaal, zoals in een tuin of een park.
 
Geprojecteerd op een drukke ringweg, waar 25.000 voertuigbewegingen per dag zijn, dan is het effect van 1 boom procentueel gering. Voor vermindering van een hoge, lokale concentratie luchtvervuiling zoals bij een weg is filtering dus niet voldoende. In dit soort situaties wordt gebruik gemaakt van het tweede werkingsprincipe; vermenging met schonere lucht.


       

Werkingsprincipe 2: vermenging met schonere lucht
Lokale luchtvervuiling, zoals van wegverkeer, kan worden verminderd door de lucht te laten mengen met relatief schonere lucht. Dit kan worden gedaan, door de vervuilde lucht zo snel mogelijk omhoog te geleiden met een dichte rij bomen. In de hogere luchtlagen, waar lucht met een lagere vervuilingsconcentratie stroomt, treedt dan menging op.
 
Eigenschappen voor vermenging met schonere lucht
Voor een goede menging en verticale opstuwing van vervuilde lucht is het nodig om een zo veel mogelijk gesloten en aaneengesloten barrière te vormen in hoogte en lengte. Voor een groenstructuur betekent dat, dat plantafstand, afmetingen, porositeit, lineariteit en onderbegroeiing belangrijke factoren zijn. Elk gat dat in een structuur is een mogelijkheid voor de vervuilde lucht om het gebied erachter te bereiken.


        

Hoeveel effect heeft vermenging met schonere lucht?
Een goede groenstructuur zorgt als barrière voor een opstuwing van vervuilde lucht, waarna vermenging plaatsvindt met relatief schonere lucht in hogere luchtlagen. Dit effect hebben ook geluidschermen of gebouwen. Achter zo’n barrière ontstaat dan een windluwtegebied, waarin de luchtvervuilingconcentratie lager is. Direct achter het (groene) scherm kan een plaatselijke verhoging van de concentratie ontstaan. Door het juiste ontwerp kan dat verkomen worden. meer info

Website: Van Suilichem Communicatie