Fijnstof
Luchtverontreiniging
Natuurlijke en menselijke processen zijn verantwoordelijk voor de samenstelling van de lucht. Naast de nuttige stoffen zoals zuurstof (voor de mens) en koolstofdioxide (voor planten) komen er ook allerlei andere stoffen voor, waaronder veel stoffen die schadelijke gevolgen kunnen hebben. Fijnstof en stikstofoxiden zijn daar de voornaamste van.
Fijnstof, hoe en wat
In de lucht zwevende deeltjes kleiner dan 10 micrometer (één honderdste van een millimeter) worden fijnstofdeeltjes genoemd. Deze deeltjes zijn zo klein dat ze niet met het blote oog waarneembaar zijn en gemakkelijk door de lucht zweven. Fijnstof wordt onderverdeeld aan de hand van hun grootte: PM10 heeft een diameter kleiner dan 10 micrometer en PM2,5 kleiner dan 2,5 micrometer, PM0,1 wordt ultra-fijnstof genoemd.
![]() | ![]() |
Fijnstof kan bestaan uit primaire deeltjes, die los raken van b.v. gebouwen of de grond. Ze kunnen echter ook worden gevormd (secundaire deeltjes) na chemische reacties uit gassen zoals stikstofoxiden, zwaveldioxide en ammoniak. Roetdeeltjes zijn vaak kleiner dan PM2,5.
Fijnstof bronnen
Fijnstof bestaat voor 80-90% uit deeltjes van menselijke oorsprong. Dit aandeel kan plaatselijk nog hoger zijn, zoals rondom wegen in stedelijk gebied, vooral op dagen dat concentraties hoog zijn (1). De deeltjes komen van verbranding, industrie, landbouw en slijtageprocessen. Het is dus vooral verkeer (de motor, maar ook het slijten van banden en remmen) en industrie die als bronnen aangewezen kunnen worden.
![]() | | ![]() |

Een groot gedeelte van de in de Nederlandse lucht aanwezige deeltjes komt uit het buitenland. Door de wind worden de vervuilde lucht over de hele wereld verspreid. Een landsgrens is daarbij natuurlijk geen barrière. Hierdoor is op een bepaalde locatie de hoeveelheid fijnstofdeeltjes opgebouwd uit een mondiale achtergrondconcentratie, een regionale achtergrondconcentratie, een stedelijke vervuiling en een locale vervuiling, waarbij bijvoorbeeld een weg er dan als piek bovenop steekt.
Gevolgen voor gezondheid
Vele onderzoeken zijn gedaan naar de gevolgen van fijnstof. Hierbij wordt duidelijk dat er voor onze gezondheid veel risico’s zijn. Er worden twee type risicogroepen onderscheiden namelijk de personen die een verhoogde kans hebben op het in ademen van grotere hoeveelheden vervuilde stoffen (bv als je langs een drukke weg woont) en personen die gevoeliger zijn voor de vervuilende stoffen (zoals kinderen en volwassenen met een luchtwegaandoening of ouderen met een hartaandoening). Vooral de fijnstofdeeltjes van menselijke oorsprong zijn schadelijk voor de gezondheid, ongeacht de hoogte van de concentratie. Blootstelling kan leiden tot longproblemen en vormen van kanker. Er is geen echt veilige concentratie. In de praktijk mogen de concentraties niet uitkomen boven wettelijke grenswaarden die in de komende jaren steeds lager zullen worden.
Oplossingen voor de luchtvervuiling
De belangrijkste stap die genomen moet worden in de strijd tegen luchtvervuiling is het beperken van de uitstoot bij de bron. Dit wordt gedaan door bijvoorbeeld (roet-)filters in bussen te plaatsen, snelheidslimieten te verlagen of andere type motoren of brandstoffen te gebruiken. Ook het stimuleren van fietsen en het instellen van milieuzones zijn mogelijkheden om de luchtvervuiling te verminderen.
Daarnaast zijn er verschillende mogelijkheden om de lucht schoner te maken. Dit kan gedaan worden met ingewikkelde, technische systemen, die echter kostbaar of lastig op grote schaal toepasbaar zijn. Met groen kan het ook, dit kost minder en kan bovendien tegelijkertijd meerdere functies vervullen. In het stedelijke gebied en langs straten zijn maatregelen gericht op verkeer effectief, omdat de bijdragen aan luchtvervuiling daar hoog zijn. meer info
Normen van luchtvervuiling
Fijnstof is erg schadelijk voor de gezondheid. Daarom stelt de Europese Unie normen voor de luchtvervuilingconcentratie voortdurend naar beneden bij. Onderstaande normen gelden overal in de buitenruimte (1). Naar verwachting zullen bij elke herziening van het beleid richtwaarden worden omgezet in juridisch bindende grenswaarden. Uit bevolkingsonderzoek lijkt echter geen veilige grenswaarde te kunnen worden afgeleid. Daarom is het volgens de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) voor de gezondheid goed om te streven naar nog schonere lucht.
| Stof | Norm | Niveau | Status |
| PM1 0 | Jaargemiddelde | 40 μg/m3 | Geldig vanaf 2005 (tot 2011, met uitstel) |
| Jaargemiddelde | 20 μg/m3 | Voorgenomen wijziging (uitgesteld tot juli 2011) | |
| Daggemiddelde en maximaal aantal dagen overschrijding per jaar | 50 μg/m3, 35 dagen | vanaf 2005 (tot 2011, met uitstel) | |
| Daggemiddelde en maximaal aantal dagen overschrijding per jaar | 50 μg/m3, 7 dagen | Voorgenomen wijziging (uitgesteld tot juli 2011) | |
| PM2,5 | Jaargemiddelde | 25 μg/m3 | Als grenswaarde geldig vanaf 2015, als richtwaarde geldig vanaf 2010 |
| Gemiddelde blootstellingsindex (gemiddelde over 3 jaar van stedelijke achtergrondconcentratie) | 20 μg/m3 | Als grenswaarde geldig vanaf 2015 | |
| Gemiddelde blootstellingsindex (gemiddelde over 3 jaar van stedelijke achtergrondconcentratie) | 15-20% vermindering | Richtwaarde te bereiken in 2020 ten opzichte van 2010 | |
| Jaargemiddelde | 20 μg/m3 | Indicatieve grenswaarde vanaf 2020 | |
| Jaargemiddelde volgens Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) | 10 μg/m3 | langetermijnstreefwaarde |
(1) Uit: Beleidsgericht onderzoeksprogramma fijn stof.
Resultaten op hoofdlijnen en beleidsconsequenties
© Planbureau voor de Leefomgeving (PBL)
Den Haag/Bilthoven, 2010
Verklaring: μg is één miljoenste gram
%20De%20doorsnede%20van%20fijnstof%20ten%20opzicht%20van%20een%20haar.jpg)
%20Aan%20fijnstofdeeltjes%20kleven%20chemisch%20deeltjes.jpg)

